Gelabeld toppop

Topkop

Ad Visser (1947)

Ja, nee, prachtig hoor. Dat Ad Visser van 1970 tot 1985 elke week Avro’s Toppop presenteerde. Een hele prestatie.
En jaja, schitterend dat alle wereldsterren toen nog gewoon kwamen opdraven om voor de Nederlandse tv op te treden. Heel knap.
Oh tuurlijk was het hartstikke wild achter de schermen. Met allerlei opiaten en hectoliters drank. Gekke jaren waren dat hoor, met Penney de Jager. Superrrr indrukwekkend.

Maar wat Ad Visser tot een fascinerend fenomeen maakt is niet zozeer het feit dat ie anderhalf decennium in een gek pak  zangers en zangeressen aan elkaar babbelde. Het zijn eerder de soms krankzinnige projecten waarin de man zich stort.

Neem nou het prachtige stukje vinyl Het geheim van de wonderbaarlijke kubus, waarop Visser begeleid door muziek uitlegt hoe je snel de puzzel van Rubik op kunt lossen.

Of het multi-media project Sobriëtas uit 1982 (toen had je ongeveer 2,63 media) bestaande uit een sciencefictionroman met bijbehorend album met synthesizermuziek. Het daarvan afkomstige nummer Giddyap a gogo werd zelfs nog een klein hitje.

En herinnert u zich nog de beelden van Ad Visser die als een kind zo blij op een BMW staat te trommelen omdat ie er een elektronisch instrument van gemaakt heeft? Nee? Dan kent u vast nog wél de Brainsessions, die ontspannende muziek waar je aperelaxed van werd? Of de Kama Sutra Experience, waarvan zelfs het grootste ijskonijn veranderde in een wandelende druipkaars.

Het is allemaal Ad Visser. De man die begin deze eeuw bedacht dat hij ook een prima singer-songwriter zou zijn. Dat valt wat tegen vinden wij, maar het weerhield ‘m er dan weer niet van om meteen maar het langste lied ter wereld (8 uur, 42 minuten) te schrijven. Geen idee wie je er een plezier mee doet, maar het kon allemaal mooi mee in zijn autobiografie.

Ad Visser is óf volstrekt krankzinnig, óf een onbegrepen genie dat lekker doet waar ie zin in heeft. Wij hopen het tweede, want hij heeft onze sympathy vote, maar ja, we hoeven u niet uit te leggen hoe dun dat lijntje soms is.

Dansmarieke

Debbie Jenner (1959)

Wedden dat u wel eens op de dansvloer hebt gestaan en dat u dacht: ‘Kom, laat ik eens een robot nadoen.’ Dat u vervolgens vanuit stilstand allerlei hoekige bewegingen maakte, uw armen uitstrekte en er eentje slap heen en weer liet bungelen. Dat u serieus dacht dat u aan het breakdancen was. Laten wij u uit die droom helpen: u kanaliseerde uw inwendige Debbie Jenner. Debbie wie? Horen wij u nu denken. Debbie Jenner, die zo prachtig Funky Town van Lipps Inc. kon playbacken. Debbie tourde met deze disco-act door Europa en werd dankzij haar verfrissende robot-moves en haar aerobic-pak een graag geziene gast in Toppop en het Duitse Musikladen.

Maar Debbie had meer in haar mars dan het uitbeelden van een robot. Ze richtte een meidengroepje op, Doris D & The Pins. Ze scoorden vanaf 1980 dikke hits met discoknallers als Shine up (nummer één), Dance On (nummer twee) en het opzwepende Marvellous Marionettes, waarbij bleek dat Debbie en haar Pins naast de bekende robots ook over een aardige trekpop-move beschikten. Maar al snel ging het mis. The Pins kregen het in hun bol en weigerden nog langer achter Debbie op het podium te staan. Dat het koortje geen noot zelf zong, deerde ze niet. Ze richtten een eigen groepje op onder de naam Risqué en Debbie moest op zoek naar nieuwe Pins. In 1984 bracht ze nog een single uit die Starting At The End heette, waarmee het einde letterlijk in zicht kwam.

Tegenwoordig is Debbie te vinden in haar eigen sportschool, waar ze workshops Pilates geeft. Ook bracht ze enkele aerobics-video’s uit. Dat Ron Brandsteder indertijd hetzelfde deed, vond Debbie maar niets. Achteraf zegt ze: ‘Zo gaat dat met een rage: iedereen gaat er helemaal in mee.’ Met de originele Pins is alles weer koek en ei. Ze traden enkele jaren geleden zelfs weer samen op tijdens de Gay Pride in Amsterdam. Overigens kruipt het bloed waar het niet gaan kan: op haar website meldt Debbie dat ze op zoek is naar een nieuwe meidengroep.

Toppop-tornado

Penney de Jager (1948)

Wilhemina Maria de Jager was net een robot. Zodra ze muziek hoorde begon ze als een tornado rondjes te draaien. Haar maaiende cirkelbewegingen accentueerde ze nog eens door wild met haar armen te wentelwieken.

Dat kwam goed van pas bij Avro’s Toppop: het leidde in de jaren zeventig de aandacht af van menig idioot uitgedoste baardaap. De Jager ging helemáál los als de artiest in kwestie roerloos bleef stilstaan, of – en dat gebeurde regelmatig – niet in de studio aanwezig was. Samen met haar Toppop-dansers (onder wie een jonge Gerard Joling) fladderde ze als een opgeschrikte zwerm vogels door het beeld.

Tijdens een tv-comeback ergens in 2007 onthulde Penney de Jager dat ze in Amerika een zoon had, die er trouwens ouder uitzag dan De Jager zelf.

Tegenwoordig maakt Penney furore met een kledinglijn voor vijftigplussers. Af en toe doet ze nog een dansje of duikt ze op tijdens gala’s of bij programma’s van Omroep Max.