Gelabeld soundmixshow

Oerjurylid

Jacques d’Ancona (1937) 

Talentenshows met juryleden zie je tegenwoordig in alle soorten en maten. We kijken allang niet meer op van een grofgebekte Gordon die gierend uit de bocht vliegt en naar een vals zingende Idols-kandidate schreeuwt dat ze een nekschot verdient. Of van een jurylid dat een kandidaat fileert vanwege zijn Chinese afkomst: ‘Doe mij maar nummer 39 met rijst’ (hé, da’s toevallig: die uitspraak was ook van Gordon!).

In de verre jaren tachtig van de vorige eeuw waren er nauwelijks talentenshows, dus evenmin was er sprake van een welig tierend juryledenbestand. We hadden Henny Huisman, zijn Soundmixshow en de achter hun desk vastgeroeste Barry Stevens en Jacques d’Ancona. Nu was die eerste de goedheid zelve – ‘Vooral dooooorgaan’ was Barry’s welgemeende advies dat uitgroeide tot een gevleugelde uitdrukking – maar daar had Sjak geen enkele boodschap aan.

Het gebeurde regelmatig dat een argeloos kassameisje zich tot in de puntjes had verkleed als haar idool en zich tot het uiterste had gegeven, waarop Jacques vilein zijn linker wenkbrauw optrok om vanachter zijn pastelgroene, felgele of anaalroze designbril zijn ogen tot streepjes te knijpen. Wat daarna volgde was snoeiharde kritiek: ze had zich verkeken op de choreografie, een bepaalde noot net niet zuiver genoeg benaderd en bij nader inzien had ze beter met haar dikke reet achter haar kassa kunnen blijven zitten in plaats van de mensen thuis én Jacques op deze waardeloze vertoning te trakteren.

Tja. Henny en Barry konden hoog of laag springen, Jacques was en bleef keihard in zijn oordeel. De voormalige voetbalscheidsrechter hield er nu eenmaal niet van om mensen stroop om de mond te smeren. Daar heeft de Gordon avant la lettre dus maar mooi een carrière als BN’er aan te danken. Tegenwoordig doet d’Ancona het rustiger aan, maar nog altijd steekt hij zijn mening niet onder stoelen of banken. Vraag hem maar eens wat hij van Ali B. vindt, bijvoorbeeld…

Frank Sinamaak

Peter Douglas (1958)

De meeste winnaars van de Soundmixshow haastten zich om meteen nadat ze de nogal protserige beker uit de handen van Jacques D’Ancona hadden gegrist, te benadrukken dat ze heus meer konden dan Billy Vera, Whitney Houston of Luciano Pavarotti imiteren.

Kom daar niet mee aan bij Peter Douglas. De toen nog kwistig bekrulde zanger won op 3 februari 1987 met zijn vertolking van Frank Sinatras New York, New York het derde seizoen van het Henny-Huisman-Paradepaardje. En sindsdien ís hij de Nederlandse Sinatra. ‘Ik kan niet anders zingen. Het is een imitatie geweest, maar toch ook weer niet. Het is eigenlijk gewoon mijn eigen stem. Ik hoef er geen moeite voor te doen, helemaal niet’, liet hij tien jaar na dato optekenen.

Zo is de poldershowbusiness dan ook weer: het ene moment heet je Jean-Pierre van der Sluis en ben je assistent-bedrijfsleider in een herenmodezaak, de volgende dag ben je Peter Douglas en imiteer je avond aan avond Ol’ Blue Eyes.

Hoewel: ‘Er zijn weken bij dat je thuis zit, maar er zijn ook weken bij dat je tien keer op pad bent. Vijftig procent zijn grote bedrijfsfeesten, maar ook bruiloften en heel veel dinershows.
In discotheken heb ik niets te zoeken. Als je diep in mijn hart kijkt is het ook niet mijn wens om discotheekzanger te worden’

Dat soort droge observaties houden we wel van. En een kleine dertig jaar na dato is Peter nog gewoon te boeken.
Dat kunnen we van Frank Sinatra niet zeggen.

Polder-Elvis

René Shuman (1967)

Maar dat is vreemd: als beroemde zangeressen zich verkleden als man, zien ze er ineens uit als René Shuman! Kijk maar eens goed naar deze foto´s van Lady Gaga en de video van Annie Lennox. Twee druppels!

In 1985 liet René z´n beste Elvis de Pelvis-moves zien in de Soundmixshow. Barry Stevens en Jacques D’Ancona genoten zichtbaar van deze zeventienjarige knul. Hij werd tweede, waarop hij de single But Where My Love uitbracht. Het werd een hit in de Top 40. Met z’n rock ’n roll-kuif had René in de verte wel iets van zijn grote idool. Toch duurde het nog tot 2003 voordat hij zijn eerste Elvis-cover opnam. Tot dat moment zocht hij het in eigen repertoire. Voor zijn tweede album nam de zanger zelfs een heuse videoclip op in Amerika, wat in 1988 vrij opmerkelijk kon worden genoemd.

Gedurende zijn zangcarriere bleven The States aan Shuman trekken. Hij nam muziek op in het country-walhalla Nashville, deed een duetje met Phil van de Everly Brothers en trad op tijdens het Elvis International Dance Event. Ook trad hij verschillende keren op met de originele bandleden van Elvis Presley. Hij overwoog zelfs even naar Amerika te emigreren om verder te zwelgen in zijn Elvis-adoratie, maar toen kwam hij zijn toekomstige echtgenote Angela Brouwers tegen. Als ‘Shuman & Angel-Eye‘ maken ze het schnabbelcircuit alweer jaren onveilig. Gek genoeg noemen ze zich in het buitenland The Dream, waarbij je hun rokkerol niet moet verwarren met deze muziek.

Keesie Wonder

Georgie Davis (1969)

Stel dat u na het nuttigen van een fiks aantal shooters in het sympathieke Zoetermeerse feestcafé Spetters nog naar het station moet. Dan kunt u er natuurlijk voor kiezen om die 1,7 kilometer al waggelend af te leggen. Maar u kunt zich ook gerieflijk laten vervoeren in een van de bolides van Georgie Davis. Want toen het in 1999 toch maar sappelen bleek in de muziek, richtte Kees Rietveld ( u dacht toch zeker niet dat de man was geboren als Georgie Davis?) samen met zijn vader een taxibedrijf op.

En het begon zo mooi. De kleine Keessie had op zestienjarige leeftijd kennelijk een stem als een blinde neger, want als Stevie Wonder won hij prompt de Soundmixshow. Succes volgde met Blackstar, dat een heel nette vijfde plaats in de hitlijsten scoorde. Daarna belandden zijn singles louter nog in de tipparade. Davis studeerde aan het conservatorium en schreef voor André Hazes, maar vette knoeperts van hits zaten er niet meer in.

In 2009 verscheen Georgie Davis met een kale knar nog voor de jury van X-Factor, maar die zag het uiteindelijk toch niet in ‘m zitten. Dan weet u het wel: einde oefening.

Afijn: bel 079-3511111 en wellicht zit u binnenkort op de achterbank I just called to say I love you mee te galmen met de chauffeur.

Saigon-san


Arno
Kolenbrander (1973)

Why God Why? Arno Kolenbrander zal het zichzelf regelmatig hebben afgevraagd als hij nadenkt over het verloop van zijn zangcarrière: die is namelijk gebroken in de knop. De in Rotterdam geboren zanger won in 1995 de Soundmixshow van Henny Huisman met een nummer uit de musical Miss Saigon.

Why God Why stond vervolgens heel veelbelovend tien weken in de Top 40. Kolenbrander raakte daarna verzeild in het Songfestival-circuit, met alle gevolgen van dien: hits bleven uit, zélfs nadat hij zijn naam inkortte tot alleen ‘Arno’. Ook een discoversie van Lionel Richies Hello haalde niets uit. Gelukkig zijn er nog altijd bruiloften en dinnershows, waar Arno nog altijd graag voor u komt optreden.