Gelabeld jaren tachtig

Oerjurylid

Jacques d’Ancona (1937) 

Talentenshows met juryleden zie je tegenwoordig in alle soorten en maten. We kijken allang niet meer op van een grofgebekte Gordon die gierend uit de bocht vliegt en naar een vals zingende Idols-kandidate schreeuwt dat ze een nekschot verdient. Of van een jurylid dat een kandidaat fileert vanwege zijn Chinese afkomst: ‘Doe mij maar nummer 39 met rijst’ (hé, da’s toevallig: die uitspraak was ook van Gordon!).

In de verre jaren tachtig van de vorige eeuw waren er nauwelijks talentenshows, dus evenmin was er sprake van een welig tierend juryledenbestand. We hadden Henny Huisman, zijn Soundmixshow en de achter hun desk vastgeroeste Barry Stevens en Jacques d’Ancona. Nu was die eerste de goedheid zelve – ‘Vooral dooooorgaan’ was Barry’s welgemeende advies dat uitgroeide tot een gevleugelde uitdrukking – maar daar had Sjak geen enkele boodschap aan.

Het gebeurde regelmatig dat een argeloos kassameisje zich tot in de puntjes had verkleed als haar idool en zich tot het uiterste had gegeven, waarop Jacques vilein zijn linker wenkbrauw optrok om vanachter zijn pastelgroene, felgele of anaalroze designbril zijn ogen tot streepjes te knijpen. Wat daarna volgde was snoeiharde kritiek: ze had zich verkeken op de choreografie, een bepaalde noot net niet zuiver genoeg benaderd en bij nader inzien had ze beter met haar dikke reet achter haar kassa kunnen blijven zitten in plaats van de mensen thuis én Jacques op deze waardeloze vertoning te trakteren.

Tja. Henny en Barry konden hoog of laag springen, Jacques was en bleef keihard in zijn oordeel. De voormalige voetbalscheidsrechter hield er nu eenmaal niet van om mensen stroop om de mond te smeren. Daar heeft de Gordon avant la lettre dus maar mooi een carrière als BN’er aan te danken. Tegenwoordig doet d’Ancona het rustiger aan, maar nog altijd steekt hij zijn mening niet onder stoelen of banken. Vraag hem maar eens wat hij van Ali B. vindt, bijvoorbeeld…

Vrouwenliefhebber

Hans de Booij (1958)

Het verhaal van Hans de Booij is eigenlijk heel romantisch. Als je een beetje vatbaar bent voor bohemien-romatiek dan. De Booij had in de jaren tachtig groot succes met hitsingles als Ik hou van alle vrouwen, Een vrouw zoals jij, Thuis ben en Annabel. Maar eigenlijk voelde de zanger-cabaretier veel meer voor rauwer materiaal en werd hij niet gelukkiger van die popliedjes.

De Booij kwam in onrustig vaarwater. Hij ging failliet, dronk zich klem, plaste wild, snoepte iets te veel van de wiet en verkaste een paar keer naar het buitenland. Na zijn terugkeer trok hij als handelsreiziger langs de deuren met een door hemzelf geschreven boek. Dat werkje ging over filosofie, want De Booij  pleegt nog wel eens over dingen na te denken.

Zoals in 2009, toen hij graag zijn Nederlandse paspoort wilde inleveren uit onvrede met het ‘gewetenloze’ beleid van Jan Peter Balkenende. In 2010 tourde de in België woonachtige De Booij weer eens door Nederland, met Ontsnapt aan een kokosnoot.

Blommenkind


Joost Timp (1956)

Joost Timp werd geboren uit de schoot van Mies – wat is het toch een vakvrouw – Bouwman. Negen maanden eerder was hij daar geplant door de beroemde televisieregisseur Leen Timp.

Zo bezien is het eigenlijk weinig verwonderlijk dat ook hij een bekende Nederlander zou worden. Dat gebeurde in 1980 toen Bloem, het bandje waarvan Timp zanger en tekstschrijver was, een semi-vette hit scoorde met Even aan m’n moeder vragen.

Het nummer groeide uit tot een Hollandse klassieker, maar de houdbaarheid van Bloem bleek aanmerkelijk korter. Omdat (parce que, because) en Ik wil alleen bij jou zijn haalden nog de Top 40, maar Bloem werd geen stabiele hitmachine.

Timp ging achter de schermen werken bij Joop van den Ende en later als programmamanager bij Endemol. Daar werd hij bij een reorganisatie in 2009 ontslagen. Sindsdien is hij zelfstandig programma-adviseur.