Gelabeld idols

Bralbal

Lodewijck van Avezaath (1939)

Eendagsvliegen zijn er in alle soorten en maten. De laatste tijd zijn het met name Idols-, X-Factor– en The Voice-leftovers die even pieken en daarna direct weer verdwijnen. In een ander tijdperk waren het vooral zangers van carnavalsliedjes of andere zeer tijdelijk grappige noveltyhits.

In dat laatste genre noemen we een Ivan Heylen met De Wilde Boerendochter of rapper Keeyel, die opzien baarde met deze opblaasbillenvideo. Wie in dit rijtje zeker niet mag ontbreken is Lodewijck van Avezaath, die met zijn Verrek zeg kerel, ben jij het in 1984 een dikke top 40-hit scoorde. Het was een lied dat in al zijn brallerigheid Peter Blankers t Is moeilijk bescheiden te blijven in herinnering riep.

Laten we eens beginnen met een stukje tekst:

Verrek zeg kerel ben jij ‘t
Nog altijd aan de rol
Zit je pa nog op de Bahama’s
Speelt je zus nog volleybal
Kittig ding, je zusje

Nou dat is verdraaid lang geleden
Dat ik jou aan de bar heb ontmoet
Ik leende jou toen duizend gulden
Ja, ik weet ’t nog heel goed, rakker
Dat deukje in mijn limousine
Wat jij op die nacht hebt gemaakt
Dat was op de kop af vijf rooien

Helaas bestond Lodewijck van Avezaath niet echt, zoals dat wel vaker gaat met novelty-zangers (zie bijvoorbeeld Gabber Piet en Tropical Danny). Achter deze schertsfiguur ging Aad Klaris schuil, die verder vooral achter de schermen opereerde.

Als zwager van Manke Nelis schreef hij liedjes voor deze volkszanger, maar we kennen hem vooral van verschillende andere novelty-klassiekers waarvan hij de schrijver is. We noemen Vuile Huichelaar van Renée de Haan, zijn parodie op Nicole’s Ein bisschen FriedenEen beetje geld voor een beetje liefde: ‘Wanneer je me zoekt: ik zit in de Yab Yum. Verdien daar m’n boterham met m’n tum-tum.’ En, we hadden het hierboven al even aangestipt, dus ook ’t Is moeilijk bescheiden te blijven.

Maar dat is nog lang niet alles. Aad Klaris is namelijk verantwoordelijk voor 228 Bassie & Adriaan-composities waarvoor hij in totaal zeven gouden platen kreeg. De laatste tijd maakt hij vooral muziek voor Clown Jopie en Tante Angelique. De theme-tune van Joop en Ans doet heel erg denken aan Dag vriendjes en vriendinnetjes, maar dat mag de pret niet drukken.

Oerjurylid

Jacques d’Ancona (1937) 

Talentenshows met juryleden zie je tegenwoordig in alle soorten en maten. We kijken allang niet meer op van een grofgebekte Gordon die gierend uit de bocht vliegt en naar een vals zingende Idols-kandidate schreeuwt dat ze een nekschot verdient. Of van een jurylid dat een kandidaat fileert vanwege zijn Chinese afkomst: ‘Doe mij maar nummer 39 met rijst’ (hé, da’s toevallig: die uitspraak was ook van Gordon!).

In de verre jaren tachtig van de vorige eeuw waren er nauwelijks talentenshows, dus evenmin was er sprake van een welig tierend juryledenbestand. We hadden Henny Huisman, zijn Soundmixshow en de achter hun desk vastgeroeste Barry Stevens en Jacques d’Ancona. Nu was die eerste de goedheid zelve – ‘Vooral dooooorgaan’ was Barry’s welgemeende advies dat uitgroeide tot een gevleugelde uitdrukking – maar daar had Sjak geen enkele boodschap aan.

Het gebeurde regelmatig dat een argeloos kassameisje zich tot in de puntjes had verkleed als haar idool en zich tot het uiterste had gegeven, waarop Jacques vilein zijn linker wenkbrauw optrok om vanachter zijn pastelgroene, felgele of anaalroze designbril zijn ogen tot streepjes te knijpen. Wat daarna volgde was snoeiharde kritiek: ze had zich verkeken op de choreografie, een bepaalde noot net niet zuiver genoeg benaderd en bij nader inzien had ze beter met haar dikke reet achter haar kassa kunnen blijven zitten in plaats van de mensen thuis én Jacques op deze waardeloze vertoning te trakteren.

Tja. Henny en Barry konden hoog of laag springen, Jacques was en bleef keihard in zijn oordeel. De voormalige voetbalscheidsrechter hield er nu eenmaal niet van om mensen stroop om de mond te smeren. Daar heeft de Gordon avant la lettre dus maar mooi een carrière als BN’er aan te danken. Tegenwoordig doet d’Ancona het rustiger aan, maar nog altijd steekt hij zijn mening niet onder stoelen of banken. Vraag hem maar eens wat hij van Ali B. vindt, bijvoorbeeld…

Eenjaarsvliegen

K-Otic (2001 – 2003)

Wie had ooit gedacht dat Jack Spijkerman nog eens op de eerste plaats van de nationale hitlijsten zou belanden? In 2001 kickte hij de luitjes van het programma Starmaker van deze positie met zijn Kopspijkers-cabaret. Het project was zowel een parodie op als een protest tegen dat hele Starmaker, dat volgens Spijkerman tot weinig meer kon leiden dan een groepje eendagsvliegen. Vandaar ook de titel van zijn hit: One Day Fly.

Volgens Jack en de zijnen was Damn I Think I Love You (let op de stuiterende kokosnoten van Anna!) alleen maar een hit vanwege de hype rond het programma Starmaker, waarbij een groep jongeren werd opgesloten in het Big Brother-huis om muziek te maken. Zoiets was toch véél te commercieel? Daar deed Jack (toen nog) niet aan…

Little did Jack know, want bij deze ene Starmaker-hit bleef het niet. Uit Starmaker kwam een groep voort met de wanstaltige naam K-Otic, die in een jaar tijd vier toptien-hits scoorde. Toen zangeres en parttime knaagdier Sita Vermeulen eind 2001 koos voor een solocarriere, stond ze twee keer op nummer een. Een duet met Marco Borsato, getiteld Lopen Op Het Water, werd op 1 februari 2002 de theme song van Nationale Feest voor het huwelijk van Willem-Alexander en Maxima.

Maar K-Otic werd ingehaald door programma’s als Idols, Holland’s Got Talent en The Voice of Holland. En waar K-Otic het nog een dik jaar wist vol te houden in de hitlijsten, leverden de opvolgers van Starmaker een enorme reeks eendagsvliegen op. Kreeg Jack Spijkerman toch nog gelijk…

Pré-idol

Jody Bernal (1981)

Het begon allemaal zo vrolijk. De geadopteerde Colombiaan deed in 1999 mee aan Your Big Break, een Idols-voorloper gepresenteerd door Fabienne de Vries. Hij won niet, maar scoorde wel een gigantische hit met het niemendalletje Que Si, Que No. Het was in de zomer van 2000 vijftien weken lang de best verkopende single van Nederland, een record dat nog altijd staat.

Tijdens zijn deelname aan Your Big Break ging het gerucht dat Bernal het adoptiekind was van Hans en Connie Breukhoven, maar dat was een Jordy. Later zocht hij toenadering tot de dochter van Patty Brard, Priscilla Nasi.

Niet geheel toevallig verfilmde Brard haar leven op dat moment voor een realityshow. Want zo kent u Jody Bernal nu: als ‘ster’ in programma’s als Let’s dance, Bobo’s in the bush, Ranking the stars en Sterren dansen op het ijs. Zijn laatste wapenfeit is een cameo in New Kids Turbo, waarin hij jammerlijk aan zijn einde komt tijdens een concert in Maaskantje.