Gelabeld Barry Stevens

Oerjurylid

Jacques d’Ancona (1937) 

Talentenshows met juryleden zie je tegenwoordig in alle soorten en maten. We kijken allang niet meer op van een grofgebekte Gordon die gierend uit de bocht vliegt en naar een vals zingende Idols-kandidate schreeuwt dat ze een nekschot verdient. Of van een jurylid dat een kandidaat fileert vanwege zijn Chinese afkomst: ‘Doe mij maar nummer 39 met rijst’ (hé, da’s toevallig: die uitspraak was ook van Gordon!).

In de verre jaren tachtig van de vorige eeuw waren er nauwelijks talentenshows, dus evenmin was er sprake van een welig tierend juryledenbestand. We hadden Henny Huisman, zijn Soundmixshow en de achter hun desk vastgeroeste Barry Stevens en Jacques d’Ancona. Nu was die eerste de goedheid zelve – ‘Vooral dooooorgaan’ was Barry’s welgemeende advies dat uitgroeide tot een gevleugelde uitdrukking – maar daar had Sjak geen enkele boodschap aan.

Het gebeurde regelmatig dat een argeloos kassameisje zich tot in de puntjes had verkleed als haar idool en zich tot het uiterste had gegeven, waarop Jacques vilein zijn linker wenkbrauw optrok om vanachter zijn pastelgroene, felgele of anaalroze designbril zijn ogen tot streepjes te knijpen. Wat daarna volgde was snoeiharde kritiek: ze had zich verkeken op de choreografie, een bepaalde noot net niet zuiver genoeg benaderd en bij nader inzien had ze beter met haar dikke reet achter haar kassa kunnen blijven zitten in plaats van de mensen thuis én Jacques op deze waardeloze vertoning te trakteren.

Tja. Henny en Barry konden hoog of laag springen, Jacques was en bleef keihard in zijn oordeel. De voormalige voetbalscheidsrechter hield er nu eenmaal niet van om mensen stroop om de mond te smeren. Daar heeft de Gordon avant la lettre dus maar mooi een carrière als BN’er aan te danken. Tegenwoordig doet d’Ancona het rustiger aan, maar nog altijd steekt hij zijn mening niet onder stoelen of banken. Vraag hem maar eens wat hij van Ali B. vindt, bijvoorbeeld…

Polder-Elvis

René Shuman (1967)

Maar dat is vreemd: als beroemde zangeressen zich verkleden als man, zien ze er ineens uit als René Shuman! Kijk maar eens goed naar deze foto´s van Lady Gaga en de video van Annie Lennox. Twee druppels!

In 1985 liet René z´n beste Elvis de Pelvis-moves zien in de Soundmixshow. Barry Stevens en Jacques D’Ancona genoten zichtbaar van deze zeventienjarige knul. Hij werd tweede, waarop hij de single But Where My Love uitbracht. Het werd een hit in de Top 40. Met z’n rock ’n roll-kuif had René in de verte wel iets van zijn grote idool. Toch duurde het nog tot 2003 voordat hij zijn eerste Elvis-cover opnam. Tot dat moment zocht hij het in eigen repertoire. Voor zijn tweede album nam de zanger zelfs een heuse videoclip op in Amerika, wat in 1988 vrij opmerkelijk kon worden genoemd.

Gedurende zijn zangcarriere bleven The States aan Shuman trekken. Hij nam muziek op in het country-walhalla Nashville, deed een duetje met Phil van de Everly Brothers en trad op tijdens het Elvis International Dance Event. Ook trad hij verschillende keren op met de originele bandleden van Elvis Presley. Hij overwoog zelfs even naar Amerika te emigreren om verder te zwelgen in zijn Elvis-adoratie, maar toen kwam hij zijn toekomstige echtgenote Angela Brouwers tegen. Als ‘Shuman & Angel-Eye‘ maken ze het schnabbelcircuit alweer jaren onveilig. Gek genoeg noemen ze zich in het buitenland The Dream, waarbij je hun rokkerol niet moet verwarren met deze muziek.