Van Scott. Tony

Hiphousert

Tony Scott (1971)

Toen begin jaren tachtig hiphop en rap in opkomst waren kon het natuurlijk niet uitblijven: ook Nederlanders waagden zich aan het praatzing-genre. Dat leidde tot ongelukken als de Holiday Rap van Mc Miker ‘G’ en Deejay Sven, die er de grootste Nederlandse hiphophit aller tijden mee scoorden. Uiteraard waren er serieuzere acts als Urban Dance Squad met rapper Rudeboy Remington, of de Nederhop van de Osdorp Posse. Maar verder was het karig gesteld met de Nederlandse hiphop. 

En toen was daar ineens Peter van den Bosch. ‘Wat, had Conny een neefje dat kon rappen?’, horen we u nu denken. Misschien wel, maar het was niet deze Peter, die op jonge leeftijd van Suriname naar de Amsterdamse Bijlmer verhuisde. Daar zat hij op z’n dertiende al in een electric boogie-crew en begon hij met beatboxen (voor de ouderen onder u: dat is met de mond muziekgeluidjes maken).

 Zijn eerste grote hit scoorde Tony Scott in 1989, met That’s How I’m Living. Hij maakte vooral indruk met de andere A-kant van die single, The Chief genaamd. Dat was een eerbetoon aan de Amazone-indianenstam die hem heeft voortgebracht, de Caraïben-stam welteverstaan. Hierna volgden kneitertjes als Get Into It, Gangster Boogie, Move to the Bigband en Love Let Love. En vergeet ook The Greenhouse Effect niet, met een prachtige spermaclip.

Wat niet iedereen weet is dat Tony zowel samenwerkte met de kinderen van Kinderen voor Kinderen als de Amerikaanse R&B-formatie Boyz II Men. Voor de eerste schreef hij een lied genaamd Gangsterdam, met de laatste maakte hij Under Pressure.

 Tegenwoordig begeleidt Tony jongeren als muziekdocent op een aantal scholen in Amsterdam. Hij produceert nog steeds muziek en zo ziet hij er nu uit.