Van Re-Union

Reü-niet

Re-union (2004)

De jongens van Re-Union waren negen jaar lang heel bijzonder.
Negen lange jaren konden ze genieten van het feit dat ze de laatste Nederlandse act waren die de finale van het Songfestival haalden.
Het eerste jaar was dat nog niet zo heel bijzonder. Toen Glennis Grace teleurstelde was de herinnering immers nog vers.

Na Treble kon je een voorzichtig gemor horen.
Na Edsilia Rombley werd het al wat ongelukkiger.
Na Hind was het ‘alweer vier jaar geleden’.

Toen De Toppers met lampjes in hun kleding een modderfiguur sloegen sloeg de landelijke depressie pas echt goed toe. En dat bleef zo.

Na Sieneke met haar draaiorgel.
Toen de Volendamse 3J’s toch niet zo’n geweldig exportproduct bleken.
Laat ons zwijgen over de zingende tipi Joan Franka.

En elk jaar weer die steeds wanhopiger klinkende bijzin: ‘In 2004 wist het duo Re-Union het als laatste Nederlandse inzending wel te redden.
Een vaste voetnoot door het falen van anderen. Vergelijk het met het chagrijn dat met het jaar toenam toen Pieter Weening een eeuwigheid de laatste landgenoot was die een touretappe wist te winnen.

Lars Boom maakte in 2014 een einde aan de droogte in de Ronde van Frankrijk.
Anouk deed dat een jaar eerder hetzelfde op ’s werelds grootste kitschpodium.

En nu zijn Paul de Corte en Fabrizio Pennisi weer wat ze in 2004 al waren. Twee jongens die niet bijzonder goed presteerden op een liedjeswedstrijd. Twintigste van de 24. Dan was die oproep tot een boycot misschien wat hovaardig.

Zo goed was het liedje nu ook weer niet.