Van Otjes. Hans

Griener

Hans Otjes (1947)

‘Dag, dag heerlijke lach’
’n Lach in de ruimte’
‘Blij blijven’
‘André van Duin’s Pretmachine’
‘André van Duin’s Lachcarroussel’

Voor een zwaarmoedig aangelegd iemand moet het de hel zijn om in de revues van Neerlands bekendste roodharige volkskomiek te werken. Avond aan avond die onderbroekenlol. Elke keer weer die variatie op dat ene gekke typetje met hoed en net niet goed zittend pak. Dag in dag uit provincietheaters vol simpelmansen die zich de slip natsproeien omdat iemand zijn mond in een heel scheve houding kan trekken.

Hans Otjes hield het in de jaren tachtig vijf jaar vol, als tweede aangever naast Frans van Dusschoten. Bij jeugdig Nederland had hij toen al furore gemaakt als groene engerd in Bassie en Adriaan en de Huilende Professor. De jaren op de planken trokken zo’n zware wissel op Otjes dat hij door een burn-out het acteren vaarwel zei en zich richtte op een carrière als regressietherapeut.

Bij de voormalige grappenmaker kon u op de sofa nu zelf grienen terwijl u terugdacht aan uw zielsgelukkige tijd in de baarmoeder. Kón, want door gezondheidsproblemen heeft Otjes zijn praktijk per januari 2011 opgedoekt. Hij zoekt nu een uitgever voor zijn eerste kinderboek en pent ondertussen lustig verder aan de tweede. Dat zal gaan over een meisje dat kan vliegen, toveren en zwaardvechten.