Van Jansen. Arne

Gingerhunter

Arne Jansen (1951 – 2007)

Voor Arne Jansen was elke dag Rood.

Althans, vanaf 1972. Tot dan verdiende de jonge Aloisius Jansen de kost als kapper in het Gelderse Gendringen. Voor de leuk speelde hij in een coverbandje. Het was Tim Griek (later de beste vriend van André Hazes) die Jansen zag als de perfecte keus om de vertaling van een Duits liedje over meisjes met rode haren. Die zouden kunnen kussen dat het een aard had, dat was bepaald niet mis.

Zeventien weken stond het nummer in de Top 40. Zeventien weken die twee grote consequenties hadden:

* Aan alle Nederlandse vrouwen met rood haar wordt sindsdien met enige regelmaat gevraagd of ze inderdaad zo lekker een tongetje kunnen draaien.
* Arne Jansen stond de rest van zijn leven dit nummer te zingen in feesttenten, cafés en op dorpsbraderieën.

Het moet gezegd: de man deed het met verve. In het standaardwerk Gedeelde Smart over het Nederlandse levenslied (nog! beperkt! verkrijgbaar!) roemde manager Leo Lukassen in 2006 de mentaliteit van Jansen: “Arne kan ik om twee uur ’s nachts wakker maken om om drie uur ergens op te treden. Ik denk dat het komt omdat hij voor zijn succes heeft moeten werken. Tegenwoordig maken zangers één plaatje en vervolgens denken ze dat ze er al zijn.

Hoe hard hij ook werkte, en met hoeveel plezier ook, succesvoller dan met zijn debuutsingle werd de zanger nooit meer. Altijd maar weer die meisjes met die rode haren.

Voor Arne Jansen was elke dag Rood. Behalve in de laatste periode van zijn leven. Toen maakte het verlies van dierbaren elke dag zwart en grimmig. Zo zwart dat hij in december 2007 nog te weinig lichtpunten zag om door te leven.